Historische Vereniging Wieringen

Opgericht 17 mei 1989

Elft

De Elft nu een straat, heette vroeger de Kolffstraat omdat oud burgemeester Kolff er begin 1900, een grote villa had laten bouwen. Later zijn er verschillende huizen bij gebouwd en ook de openbare lagere school, de Alvitlo school. In de 19e eeuw stonden er slechts vier boerderijen en was de weg een zandweg die doorliep naar de polder Waard Nieuwland. 

Het buurtschap ligt aan de oostzijde van Hippolytushoef, hier  had de Utrechtse kerk in elk geval een hoofdhof, waarbij de eerst gestichte kerk van Wieringen, van Hippolytushoef  heeft gestaan. De naam Alvitlo is volgens Gijsseling ontstaan uit de samentrekking van twee oude woorden; Alvut (zwaan) en lauha (lo of bos) Karstens zegt: Lo is bos, Alvito is de naam van een persoon. Alvitlo wil dus zeggen zwanenbos. Alvitlo is in het spraakgebruik vervormd tot Elft. Op het kadasterkaartje heet de Elft nog Koningsweg. Een paar van de besproken boerderijen liggen tamelijk ver van wat nu de Elft heet. Zou nu aan de Slingerweg zijn. Bij het begin van het kadaster bestond die echter nog niet. De Elft ligt nu voor een deel in het dorp Hippolytushoef, voor een ander deel aan de overkant van de N 99, door de Wieringers nog altijd de Betonweg genoemd.


Doch gaan wij verder nu en laat ons onder ’t wandelen

Een vlek beoosten ’t dorp, de Elft, nu gaan behandelen.

En denkt gij dan misschien, dat hier bedoeld wordt vis,

Heel makkelijk en duur, dan zijt gij deerlijk mis.

Nee vriend, het is een vlek bezet met boerenhuizen,

Men krijgt hier ham of spek, maar nooit geen Elfter muizen

En schoon een ieder hier is aan de Elft gewend,

Is elft als vis misschien bij velen onbekend.

 

En daar wij in de Elft geen elft toch zullen krijgen,

Zo gaan we uit de Elft en van de elft maar zwijgen

En naar Zandburen heen, waar ook een molen staat,

Waar voer en burger zijn koren malen laat.

Zand – en Noordburen zijn maar nietige gehuchten,

Men houdt er koe en schaap, men teelt er graan en vruchten.

En dan meer oostwaarts aan, dan komen wij te Stroe,

             Waar men van landbouw leeft en ook van schaap en koe.


Jan de Rijmer, Jan Bakker landman van de Gest (1831-1922)