Historische Vereniging Wieringen

Opgericht 17 mei 1989

Het eiland Wieringen 75 jaar geleden

Het eiland Wieringen 75 jaar geleden. In de Wieringer Couranten van 1939 ontdekte ik een serie artikelen met als titel: Het eiland Wieringen voor ’n halve eeuw. In deze artikelen vond ik veel informatie die voor mij en waarschijnlijk ook voor mijn tijdgenoten geheel onbekend zal zijn. Voor de historie van Wieringen wil ik daarom hierin een deel uit deze stukjes naar voren halen, zodat de oude (straat)namen en hun bewoners niet verloren gaan.

Vanaf de Molgerdijk naderen we Den Oever vanaf de boerderij van Hellingman (boerderij van Max) en de meelmolen van Jaap van Tet, die er in de jaren dertig beiden prachtig bij stonden en een prachtig afwisselend cachet aan het dorp gaven. Echter in de tijd waarin dit stukje werd geschreven stonden de hofstee en de molen nog alleen, zelfs een heel stukje van Den Oever af, te midden van de groene weilanden. Nu staan zij midden tussen de huizen tot groot verdriet van de toenmalige molenaar, die maar al te vaak niet kon malen vanwege de luwte. Zijn voorvaderen hadden natuurlijk niet kunnen dromen dat Den Oever ooit zo zou groeien, anders hadden ze de molen zeker weten op een verrijdbare onderbouw geplaatst.

De meelmolen
Jaren lang is de molen bezit van de familie Bakker geweest. De namen Bakker, Tijsen, Koorn en Lont kwamen door de huwelijken die plaatselijk plaatsvonden rijkelijk voor. Den Oever was één grote familie en vandaar dat men om vergissing te voorkomen de familienaam bij de persoonsaanduiding in de wandelgangen geheel achterwege liet. Men noemde gewoon de voornamen van vader of moeder en soms ook de voornamen van de grootouders er nog bij. Zo werd de molenaar Jacob Bakker, Jaap van Tet genoemd, omdat er meerdere mannen waren met deze naam. Er was ook Nan van Maartje, Herman van Pieter, Dirk van Simen van Gerritje, enz. enz. maar iedereen wist onmiddellijk wie er werd bedoeld werd als één van deze namen de ronde deed. Hieruit kan je opmaken hoe nauw de onderlinge samenhang was, zowel bij verdriet als vreugd was men nauw bij elkaar betrokken.

Wandelend gaan we naar het eerste huis wat we ontmoeten in ’t dorp, dit was de boerderij van Meijert Tijsen (in het Wieringer dialect Mayert Tiesen), aan de linkerkant van de weg was een moddersloot (’t Kattegat) die in de tijd waar dit verhaal zich voordoet is gedempt en nu langs de Noorderweg geheel is volgebouwd. Dan was er aan ’t begin van de Miengtstraat (nu Zeestraat) aan de linkerkant een oud huis, waarin “De Waag”. Hierin werden varkens, wol enz. gewogen (en er stond in 1939 een sigarenwinkeltje).

Broodbakkerij
Verderop in de straat was de broodbakkerij van Jaap Tiesen en Jan Koorn, ’t café van Mayert met ’t bord “Schippershuis” boven de deur, ’t snoepwinkeltje van Peet Neel (Jan de Slager) waar we als jongens onze laatste cent brachten, op de rechterhoek de bakkerij van Volkert Koorn en links de kruidenierswinkel van Maarten Gorter.

Op Oost Wieringen was Maarten en z’n ezelskar vol veters bekend. Maarten altijd gekleed met een hoge zijden pet, de zwarte stropdas en een lange duffelse jas, het hoofd ietwat voorover gebogen. Achter zijn kar aanstappend had hij bij de boerenkinderen vaste klanten die op zijn kar een eindje mochten meerijden. In een hoekje tussen de petroleumkruiken en de kisten met boodschappen mochten ze dan de ezel besturen en aanjagen, want die was schrikbarend lui. Als de ezel paarden rook bleef hij ineens staan, bulkte “ia”, dat horen en zien je verging en zette het dan op een lopen. Dat was het wat de boerenkinderen zo’n bekoring gaf aan het meerijden op Maartensezelskar. Voor de boerinnen was Maarten onmisbaar, hij ruilde boter, kaas en eieren in voor boodschappen en trakteerde als de zaak was afgehandeld op zoete balletjes uit de bus. Hij kende de knepen van het vak en had menig winkelier van heden nog een lesje kunnen leren.

Foto’s: Historische Vereniging Wieringen. Boven foto Zeestraat, onderste foto Hofstraat.

Door Tiny van Teulingen-Molenaar