Historische Vereniging Wieringen

Opgericht 17 mei 1989

Doopsgezinde Vermaning Hippolytushoef Wieringen

DOOPSGEZINDE GEMEENTE AL EEUWEN OP WIERINGEN. Op Wieringen behoorde het grootste deel van de bevolking tot de Hervormde Kerk. Daarnaast vormde de doopsgezinde (20%) de tweede groep. Deze groep bevond zich tot begin 1900 hoofdzakelijk op Stroe. Een hele kleine groep was de Roomse en Gereformeerde, veelal immigranten. Het jaar 2011 was een bijzonder feestelijk jaar voor de doopsgezinde gemeente op Wieringen. Het is vierhonderdvijfenzeventig jaar geleden dat Menno Simons als kerkhervormer en grote inspirator van de wederdopers-beweging het doopsgezind denken vorm gaf.

Hij stierf in 1561. In 1735 werd het Doopsgezind Seminarium als particuliere predikantsopleiding van de Amsterdamse doopsgezinde gemeente opgericht. Dit jaar is het ook tweehonderd jaar A.D.S. Algemene Doopsgezinde Sociëteit. De Vermaning aan de Vermaningssteeg te Hippolytushoef werd gebouwd en geopend in 1861. De eerste vrouw die in Nederland predikante werd was de doopsgezinde Anna Zernike. Zij werd in 1911 predikante in de Friese plaats Bovenknijpe nu De Knipe, gemeente Heerenveen. Op een na mooie ronde getallen, respectievelijk 475, 450, 276, 200, 150 en 100 jaar geleden, aanleiding tot een artikel in Op de Hòògte.

Menno Simons, 1496-1561, werd in Utrecht tot katholiek priester gewijd en in 1524 aangesteld als kapelaan in Pingjum, Friesland. Hij voelde zich aangetrokken tot Luther en later tot Huldrych Zwingli. Rond 1531 raakte hij onder de indruk van de uit Zwitserland stammende anabaptisten, ook wel dopers of wederdopers genoemd. Toch liet hij zich in 1532 tot pastoor te Witmarsum benoemen. Hij preekte vurig tegen de militante praktijken van Jan van Leiden en Jan van Batenburg en was streng op de levenshouding. Drie jaar later liet de katholiek gedoopte Simons zich wederdopen. In verband met de vervolgingen vertrok hij in januari 1536 naar Groningen en Oost-Friesland. 

Hij was vooral actief in wat nu Nedersaksen en Sleeswijk-Holstein in Duitsland is. Zijn aanhang is dan nog in de minderheid maar de mennonieten zouden later, vooral in Noord-Amerika, de hoofdstroming van de Doopsgezinden worden. Menno Simons overleed op 65-jarige leeftijd te Bad Oldesloe en hij ligt daar begraven onder een linde die naar wordt aangenomen door hem zelf is geplant. Op 11 september 1878 werd bij zijn geboortedorp ter nagedachtenis aan Simons een monument onthuld.

De kerken op Wieringen worden in 1845 door O. G. Heldring, in deze tijd zou hij als schrijver van een reisgids worden genoemd, beschreven als ‘vervallen en weinig bezocht’. De Wieringers waren geen kerkgangers, wanneer men ging was het hoofdzakelijk voor de predikant. Gemengde huwelijken waren dan ook niet vreemd. Zo trouwde de doopsgezinde dominee Nicolaas Pott met de rooms-katholieke Maartje Pelder. Dit werd geaccepteerd.

Binnen de doopsgezinden kende men drie stromingen, Friezen, Vlamingen en de Waterlanders uit Noord Holland. De Friezen hebben zich in 1639 in een genootschap verenigd, in 1841 kwam er een fusie tot stand met de Waterlander of Rijper Sociëteit. In de 18e eeuw waren de verschillende opvattingen tussen de stromingen minder groot geworden. Op Wieringen ontving men zowel Friese als Vlaamse leraren van buiten. De beide stromingen vervulde hier ‘Liefdesdiensten’. ’s Winters kwamen zij slechts om de veertien dagen omdat het eiland dan moeilijk te bereiken was.

De kerkelijke inkomsten kwamen uit giften en nalatenschappen. In doopsgezinde kringen waar men een zwaar accent legde op praktisch christendom, had men een hekel aan het houden van regelmatige collecten. Een ieder mocht uit eigen beweging geven en niet vanuit een zekere sleur. Aanvankelijk kende men geen academisch geschoolde leraren, Bijbelkennis en verlichting door de lekenpredikers waren voldoende om tot voorganger te worden aangesteld. Zo heeft Wieringen in de 18e eeuw twee lekenpredikers voortgebracht, Elbert Wognum en Cornelis Wagemaker.

De opbouw van een dienst was in die tijd als volgt: na voorzang en gebed, werd een preek gelezen. Daarop werd met gebed en dankzegging en nagezang de dienst besloten. Een eigenaardigheid tot de 18e eeuw was dat de voorganger niet voorging in gebed, maar dat de gemeenteleden zelf baden. Zo vond het individualisme van de dopers uitdrukking in de liturgie. Bij de doopsgezinden heeft altijd sterk de nadruk gelegen op het priesterschap der gelovigen.


Doopsgezinde gemeente op Wieringen
Er wordt verondersteld dat op Wieringen in de 16e eeuw al een doopsgezinde gemeente is, gezien de dooplijst van Leenaert Bouwens, een doopsgezinde voorganger die in 1551 door Menno Simons tot oudste werd bevestigd. Op deze lijst komen namelijk ook vijfendertig Wieringers voor. En in het oudst bewaard gebleven kerkraadsboek van de hervormde gemeente te Oosterland wordt gemeld dat in 1611 een lid van deze gemeente omging met ‘menisten’.

In 1737 en ’38 worden er mededelingen gedaan omtrent kerkgebouwen, op Wieringen vergaderplaatsen genoemd. Van oudsher waren er drie; op de Gest bij Den Oever, Stroe en een even ten oosten van Hippolytushoef. Nadat De Gest omstreeks 1700 in verval raakte is deze verkocht.

De vermaning op Stroe was een met riet gedekt gebouwtje, dat veel weg had van een schuur en dat verscholen stond achter een boerderij. Deze vergaderplaats is tweemaal vernieuwd met onder andere giften van gezinnen uit Westerland. De eerste keer in 1737, het was dringend aan een opknapbeurt toe: de houten wanden maakten plaats voor stenen muren. Ter voltooiing van het werk werd het jaartal 1738 in ijzeren ankers op de voorgevel geplaatst. De laatste verbouwing vond plaats in 1893.

Toen de boerderij, die vóór de Vermaning stond, op 26 april 1933 in de brand vloog verdween ook deze unieke vermaning. Nog altijd is de lege plek op Stroe te zien.(Intussen is er door de eigenaren van de boerderij weer een aantal gebouwtjes op de plaats van de vermaning neergezet) De herinnering is nog altijd heel levend. Veel doopsgezinden hebben een afbeelding van deze vermaning.

De eerste vermaning van Hippolytushoef stond aan de Elft. Het gebouw werd in 1776 opgeknapt. De preekstoel werd gemaakt door Hendrik Spaans te Barsingerhorn. Op 1 januari 1777 werd het gerestaureerde gebouw in gebruik genomen:

Cornelis Wagemaker, lekenprediker bij de Doopsgezinde Gemeente Wieringen, hield de eerste dienst in de gerestaureerde Vermaning en preekte nar aanleiding van de eerste brief van Petrus, hoofdstuk 2, vers 4 en 5: “En komt tot hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis….”

In 1860 was dit gebouw weer aan herstel toe, en daar werden ook plannen voor gemaakt. In het notulenboek lezen we in 1860 dat het bedehuis in de Elft de nodige herstellingen behoeft. Er zijn scheuren in het muurwerk en verzakkingen in het gebouw. Bovendien is de toegang naar het gebouw gebrekkig. Er wordt een timmerman aangenomen, maar door het overlijden van Lijsbeth Veerdig veranderen de plannen.
 

Bouw nieuwe Vermaning door legaat van Lijsbeth Veerdig
Lijsbeth Veerdig werd op 30 mei 1818 geboren te Hippolytushoef als dochter van Geerlof Veerdig en Trijntje Buijs. Lijsbeth en haar oudere broer Jan zijn geboren uit het tweede huwelijk van hun vader. Jan overlijdt op 21- jarige leeftijd. Lijsbeth blijft ongehuwd en heeft een winkel in haar ouderlijk huis. Dit pand bestaat nog steeds en wordt nu bewoond door de familie P. van Medevoort, Kerkplein 12. Op 14 april 1860 bepaalt Lijsbeth “ziek te bed liggende” onder andere het volgende: “Ik legateer aan de Doopsgezinde diaconie dezer Gemeente Wieringen de somma van Een duizend Nederlandsche Guldens in gereed geld, vrij van alle belastingen te voldoen zes maanden na mijn overlijden door mijne na te noemene uitvoerders van deze mijnen uitersten wil”. Iets of iemand doet haar van gedachten veranderen, want twee dagen later, op 18 april herroept zij alle vorige testamenten en laat een nieuw opmaken. Ze is nog steeds “ ziek te bed liggend, echter haar verstand volkomen machtig”. In dit nieuwe testament maakt zij de volgende bepaling: “ Ik legateer aan de Doopsgezinde Gemeente van dit eiland Wieringen, en wel eerstelijk te weten:

Een huis en boomgaard met al hetgeen daartoe door aard en bestemming behoort, staande en gelegen aan het dorp Hypolitushoef binnen deze Gemeente Wieringen en voorts op den perceelsgewijzen kadastralen legger dier gemeente aangewezen in sectie C, onder de nummers en grootte als volgt, onder nummer 2222 boomgaard, groot vijftien roeden twee en zestig ellen, onder nummer 2223 Huis, groot vier en dertig ellen, onder nummer 2224 Huis groot zes en dertig ellen, in eigendom. En ten anderen nog eene Somma van Drie duizend Nederlandsche guldens in gereed geld vrij van alle belastingen, te voldoen twaalf maanden of een jaar na mijn overlijden, welke som ik begeer in het geval van het bouwen van een nieuw bedehuis voor de genoemde Gemeente aan het dorp Hypolitushoef alhier, daar voor of zoo ver zulks zal kunnen strekken deze som zal moeten worden aangewend, en wel om ’t gemeld bedehuis in den genoemden boomgaard te doen plaatsen, met deze bepaling nogtans dat aan de tijdelijke Leraar der Doopsgezinde Gemeente alhier het vrije en ongestoorde vrugtgenot van opgemelde Huizingen en boomgaard zal genieten en bij deze gelegateerd wordt”.

Eén van de twee getuigen bij het opmaken van dit testament is ds. N. Pott, leraar der D.G. Wieringen. Lijsbeth Veerdig overlijdt twee dagen later en dit heeft nogal wat gevolgen voor de D.G.gemeente. Er waren op dat moment twee kerkgebouwen, Vermaningen genoemd, één op Stroe en één in de Elft.

De laatste was dringend aan herstelwerk toe en hiertoe waren reeds plannen gemaakt. Het testament van Lijsbeth Veerdig bracht, zoals eerder vermeld, nogal wat verandering in deze plannen. Besloten werd, om de Vermaning in de Elft af te breken en een nieuw kerkgebouw “in de boomgaard” te Hippolytushoef te bouwen.

Het bedrag van f.3000.- is vrij van successierechten, de grond is geschonken, Rijk en Provincie dragen ieder ƒ 1000.- bij en een collecte onder de eigen leden brengt 300.- gulden op. Niettemin is het bedrag van de laagste inschrijver, Pieter Brugman uit Nieuwe Niedorp, ƒ 8145.- , zodat er nog een tekort van bijna ƒ 2800.- is. Collectes bij zustergemeenten en een schenking uit Amsterdam van ƒ 1000.- zorgen ervoor, dat het benodigde geld bij elkaar komt en met de bouw kan worden begonnen.

Op de gevelsteen, nog steeds aanwezig, staat het volgende: Ao 1861 4 Sept. Is de eerste Steen van dit Gebouw gelegd Door Nicolaas Pott  Lz Kleinzoon des Leeraars. 

Predikant gedurende die periode was ds.Nicolaas Pott, gehuwd met de Wieringse Maartje Pelder. Opmerkelijk is, dat dit een “gemengd” huwelijk is, Maartje is rooms-katholiek. Dit is kennelijk geen probleem, want ds. Pott is gedurende 44 jaar voorganger van de doopsgezinde gemeente Wieringen geweest, van 1824 – 1868. Tijdens de bouw doen zijn er nog wat technische problemen, die ook financiële consequenties hebben. Het laatste wordt door de inspanningen van ds. Pott opgelost, hij weet het ontbrekende geld bij elkaar te krijgen. Na de eerst steenlegging is het gebouw in december zo ver gevorderd, dat het kan worden ingewijd. Bij deze gelegenheid schenkt de gemeente een pendule aan ds. Pott, als dank voor zijn vele inspanningen bij het realiseren van de nieuwbouw.


Beschrijving van de gebrandschilderde ramen in de Doopsgezinde kerk van Wieringen
De ramen zijn in het jaar 1938 aangebracht door de firma Bogtman uit Haarlem. In het raam links van de preekstoel staat de duif afgebeeld, symbool van de Heilige Geest. In de geschiedenis van de doop van Jezus in de Jordaan, daalde de Geest neer in de gedaante van een duif. De Heilige Geest werd in verband gebracht met een duif, omdat in de oude oosterse belevingswereld de duif de zielevogel was. Als iemand overleed stelde men zich voor dat het leven de mens verliet als een vogel. Rechts van de preekstoel is en lamp afgebeeld, in dit geval een olielamp. De lamp heeft als symbool veel betekenissen, maar door de plaats naast de preekstoel zou het hier heel goed als betekenis kunnen hebben van woord van God; of zoals in de psalm staat; “Uw woord is een lamp voor mijn voet.”

Verdere betekenissen zijn: Het licht van God dat de duisternis verdrijft en teken van waakzaamheid. In vier ramen staan gevleugelde wezens afgebeeld: Een adelaar, een mens met vleugels een stier en een leeuw. Deze vier gestalten gaan terug op een visioen in Openbaringen, dat op zijn beurt weer teruggaat op een visioen van de profeet Ezechiël. Zij belichamen de zichtbare hoogtepunten van de schepping. De leeuw als de lichamelijke kracht, de stier als de scheppingskracht, de adelaar als de snelheid en de mens als de geest. Omdat naar oosterse opvatting de hele schepping een spiegelbeeld is van God, symboliseren de gestalten ook de vier belangrijkste wezenstrekken van God. De leeuw zijn macht, de stier zijn scheppingskracht, de scherpe blik van de adelaar, zijn alwetendheid en de mens zijn goddelijke  wil.

In de Bijbel uitleg van de eerste christenen werden deze gestalten al spoedig geïdentificeerd met de vier evangelisten. Mattheüs begint zijn evangelie met de vermelding van de menselijke afkomst van Jezus, zijn symbool heeft daarom het aangezicht van een mens. Marcus vangt aan met Johannes de Doper “de roepende in de woestijn. Daarom heeft Marcus de leeuw als attribuut.

Lucas spreekt aan het begin van het offer dat Zacharias, de vader van Johannes de Doper, in de tempel brengt. Dit wordt weergegeven met de afbeelding van het rund. Johannes gebruikt in zijn evangelie woorden die de Geest op zijn grootst laten horen. Zijn woorden verheffen zich tot de hoogte waar het eeuwige Woord zelf afdaalt. Dat wordt gesymboliseerd door de adelaar. Het is zeer waarschijnlijk dat de vier gestalten in deze kerk staan afgebeeld als symbolen van de vier evangelisten, die elk hun verhaal over Jezus hebben doorverteld. Hun geschiedenis van Jezus is ten slotte het uitgangspunt van de gemeente.

De middelste twee ramen stellen een zaaier voor en daar tegenover een vrouw die water uitgiet in een kuip. De zaaier is in het nieuwe testament de brenger van het woord van God. Het zaad dat zijn de woorden die in de mens gezaaid moeten ontkiemen tot geloof. Deze woorden worden uiteraard gesproken tijdens de samenkomsten die de gemeente in dit gebouw hoedt, en dat is de reden dat de zaaier in de kerk staat afgebeeld. De vrouw met de kruik is de vrouw waar in het evangelie van Johannes over gesproken wordt. Behalve de lichamelijke dorst die mensen hebben bestaat r volgens de Bijbel ook een geestelijke dorst. Het verhaal van de vrouw bij de bron wordt in verband gebracht met de spreuk uit het evangelie van Johannes, waarin Jezus zegt;”Wie in mij gelooft, gelijk de schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” Jezus zegt dit dan van de Geest welke mensen ontvangen, of die levend wordt in mensen, als zij tot geloof komen. De doopsgezinden dopen iemand pas als hij of zij zelf tot geloof gekomen is. Dit gebeurt uiteraard ook met water. Dit raam geeft dus aan dat we in een doopsgezinde kerk bevinden.

Dan blijven er twee ramen over, die aan weerskanten van de ingang boven bij de orgel galerij. Beide ramen staan aan weerskanten van de ingang, omdat dit de motieven zijn waarom men deze ruimte betreedt. Hoop en geloof. Het anker en het kruis, twee bekende symbolen. Het is gebruikelijk deze symbolen af te beelden in combinatie met een derde, het hart als symbool van liefde. Dat had heel goed een plaats kunnen zijn boven de ingang, maar dit is om onbekende redenen niet gebeurd.

Het orgel is gebouwd door de Firma van Dam uit Leeuwarden en werd op 29 juni 1913 voor de eerste maal bespeeld door Simon Cornelis Lont en hierna door zijn zoon Kees(Cornelis) en momenteel al vele jaren door John Numeijer.

De indeling van en rond de kerk was als volgt: Het middenvak met de thonetstoelen was bestemd voor de vrouwen. De mannen zaten in de banken. De moestuin naast de kerk werd na de bouw van de kerk beschikbaar gesteld aan de predikant. Volgens overlevering werden de rijtuigen en paarden van de boeren en boerinnen uit de omgeving die hier naar de kerk kwamen gestald op het land, nu hoek Zandburen – Heldersestraat.

Gebouwtje
In de jaren twintig van de vorige eeuw is er geld bijeengebracht voor het stichten van een gebouwtje dat kon dienen als consistoriekamer, en ruimte voor de zusterkringen en het jeugdwerk. Het geld kwam onder beheer van Ds.Leendertz, de stichter van dit fonds, en bleef dat ook na zijn vertrek van Wieringen. De kerkenraad wilde er geen verantwoordelijkheid voor dragen. Bij de komst van een nieuwe predikant zou het worden overgedragen en dat is ook gebeurd.

In 1934 is er door architect B. Zandstra een tekening gemaakt.” Het doel is een ruime leerkamer met kasten, stookgelegenheid en een toegang naar het kerkgebouw, die dienst zal doen voor catechisaties, godsdiensten, zuster- en jongerenkringwerk, ledenavonden en andere bijeenkomsten in ’t belang der gemeente. Tevens zal deze kamer kerkeraadskamer zijn. Door een gang, die dienst zal doen als garderobe, zal dit verbonden zijn met een pad, uitlopende op de Vermaningsteeg. W.C. en fonteintje zullen aan het eind der gang gebouwd worden.”

Op 30 september van dat zelfde jaar is de bouw voltooid en het “gebouwtje” wordt feestelijk geopend. Het fonds komt nu onder beheer van de kerkeraad, want het gebouw moet nog “aangekleed” worden. De zusterkring heeft een groot aandeel in deze aankleding gehad.


Overzicht van de predikanten en pastorale werkers die in dienst zijn geweest bij de doopsgezinde gemeente Wieringen vanaf 1861 tot heden:
 

Ds. Nicolaas Pott

1824 t/m 1868

Ds. P.J. Lugt

1941 t/m 1945

Ds. Doewe Huizinga

1868 t/m 1878

Ds. A.P. Goudsbloem

1946 t/m 1957

Ds. Vincent Loosjes

1879 t/m 1881

Ds. E. van Straten

1958 t/m 1965

Ds. Adriaan Blauw

1882 t/m 1883

Da. A.C. Verbeek

1966 t/m 1975

Ds. J.N. Wiersma

1886 t/m 1894

PW. N. Kaan

1975 t/m 1977

Ds. J.P. Smidt

1895 t/m 1902

Da. E. van Turnhout-Dijkstra

1977 t/m 1984

Ds. D. Haars

1903 t/m 1905

Ds. G. Tjallig Kindt

1985 t/m 1987

Ds. M. Onnes

1906 t/m 1909

  Da. A.C. Kuit-Verbeek
1987 t/m  1989

Ds. J.M. Leendertz

1910 t/m 1923

Ds. J.A. Marseille

1989 t/m  1997

Ds. O.L. v. d. Veen

1923 t/m 1929

PW. W. Bakker

1997 t/m 2001

Ds. H.W. Meihuizen

1933 t/m 1936

PW. A.G. Moussault

2001 t/m 2009

Ds. H.J. De Wilde

1937 t/m 1941

Ds. G. Tjalling Kindt   

2011 t/m 2013


Bronnen: Notarieel Archief Wieringen, Doopsgezind archief Wieringen, Historische Vereniging Wieringen, Jan Bremer, Tan Lont-Lont
Foto’s beschikbaar gesteld door: Tan Lont-Lont, Annie Lont.

Samengesteld door Tan Lont-Lont, Jan Lont Czn. en Gea Klein-Hamming

Koninklijk bezoek aan Wieringen

Koninklijk bezoek bijzonder maar Wieringers lopen er niet massaal voor uit. Wieringen heeft zich meerdere malen mogen verheugen op koninklijk bezoek.

Huisarts Jan Willem Goeje

Goeje was de enige huisarts op het eiland. Hij woonde in Wijk C nummer 146. Er werd erg veel van hem verwacht. Per 1 januari 1910 werd hij benoemd tot gemeentegeneesheer van Wieringen.

Petroleumhandel Jan Halfweeg, Hippolytushoef

In een aanbouw aan het huis stond een apparaat waarmee Jan tien petroleum bussen tegelijk kon vullen. Zijn voorraad zat in grote tanken in de grond in de tuin.